Waarom zeg je dat nou? (deel 2) [Dag 173]

De gure en rauwe kant van mezelf vermijd ik, terwijl ik dit zie als een oplossing in bepaalde situaties. Ik haat het om naast de kant te kijken naar iets en daar niet over te mogen zeggen.

(klik hier voor deel 1)

Ik wil meedoen met alles op het hoogste niveau en zet mezelf daarom bepaalde standaarden. Maar ik weet ook dat 'ik' niet verder kom, wanneer mijn omgeving mij niet de ruimte biedt of zelfs de stimulering. Ik word namelijk gestimuleerd door mensen die het goed doen. Gestimuleerd op een positief vlak, terwijl anderen mij voornamelijk stimuleren op een negatief vlak. Stimuleren - dat is een woord dat ik echt haat.

Ooit was er een periode van werkelijke zelfontvouwing aangebroken. Ik keen naar elk punt en de invloeden die dit had op mij en op anderen. En doordat ik nog niet beschikte over het gezonde verstand, het kunnen kijken zonder emotie volgde ik mijn gevoelens en creëerden prachtbeelden en optimale situaties gebaseerd op een punt: "perfectie". Ik keek naar mooie serene scenario's in mijn mind welke ik wilde nastreven. De perfecte omgevingsvariabele - sereniteit. Maar zag daarin ook dat dit nooit hier zal komen, omdat de mens simpelweg te dom is om te realiseren wat voor een effect dit zal hebben op zelf. En in het principe van werkelijke 'eenheid en gelijkheid', waarbij zelf een samensmelting zou zijn met zijn omgeving en vice versa, zag ik de problemen zich ontvouwen. Hoe kan ik ooit perfect zijn als mijn omgeving niet perfect is? Want ik kan niet meer worden dan 'mezelf'.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en toegelaten heb om te denken dat ik niets mag zeggen over een situatie die mij niet aan staat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en toegelaten heb om te denken dat ik ver weg moet blijven van elke uitspraak waar 'mij' aan de orde komt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en toegelaten heb om te zoeken naar positieve stimulatie en hierdoor sterk reageer op negatieve stimulatie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en toegelaten heb om sterk te reageren op negatieve stimuli, omdat positieve stimuli meer gedoseerd en toegankelijker aanvoelt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet toegestaan en toegelaten heb om te zien dat wat mensen in mij zien als stimulator te verwerpen - omdat ik weet dat stimulans zoals ik dat heb gedefinieerd niet iets is dat ik werkelijk als zelf leef en voor mezelf - maar altijd voor anderen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en toegelaten heb om stimulans te zoeken in mijn omgeving sinds het moment dat ik omgevingsfactoren en variabelen ben gaan herkennen als onlosmakelijke deeluitmakers van ons persoonlijke leven en de vorming daarvan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en toegelaten heb om mezelf machteloos te voelen wanneer ik kijk naar omgevingsvariabelen omdat ik zie hoe belangrijk deze werkelijk zijn maar niet geleefd en gesnapt worden op dat specifieke niveau waar ik in werkelijkheid naar streef.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en toegelaten heb om optimale omgevingsvariabelen te verwachten en te eisen en mezelf afhankelijk heb opgesteld van de omgevingsvariabelen welke van kracht zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en toegelaten heb om mezelf afhankelijk op te stellen vanwege omgevingsvariabelen, terwijl ik zie dat de omgevingsvariabelen in werkelijkheid verre van optimaal zijn of acceptabel als het gaat om die omgeving van maximale groei.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en toegelaten heb om een positieve stimuli te zoeken, maar negatieve stimuli aantrek en op reageer.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en toegelaten heb om negatieve stimuli uit mijn leven te willen verbannen - omdat ik leef in en als het idee dat ik altijd gelijk en een zal blijven aan mijn omgeving en nooit meer kan zijn dan hoe ik ben opgegroeid of meer kan zijn dan mijn omgeving mij toelaat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en toegelaten  heb negatief te reageren op mensen die mij willen stimuleren of wie spreken over een stimulans - zonder te zien dat ik nooit externe stimulans zal kunnen accepteren in het echt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet toegestaan en toegelaten heb om te zien dat waar ik naar streef een gevoel is van sereniteit.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet toegestaan en toegelaten heb om te zien dat ik verlang naar sereniteit, omdat dit de perfecte omgevingsvariabele zou zijn om zelf in te ontwikkelen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet toegestaan en toegelaten heb om te zien dat als sereniteit de perfecte omgevingsvariabele is om mezelf in te ontwikkelen en mijn omgeving niet aan de eisen voldoet van sereniteit , dat ik als zelf nog kan leven als sereniteit , al ben ik nog steeds in de ban ´van het principe van uitwisseling´.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en toegelaten heb om niet te zien dat ik het principe van uitwisseling leef op een niveau waardoor ik mezelf handicap omdat ik zie dat ik niet als een light beacon fungeer of kan fungeren, terwijl dit wel de opmaak is van hoe ik intern leef en naar dingen kijk, geen `what you give is what you get´ maar ´you can only give what you get´.

Wordt vervolgd...
Waarom zeg je dat nou? (deel 2) [Dag 173] Waarom zeg je dat nou? (deel 2) [Dag 173] Reviewed by Reginald Diepenhorst on 8/18/2014 Rating: 5